
(afbeelding gegenereerd met AI)
“Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen. Geef me de wijsheid om te accepteren wat ik niet kan veranderen. Geef me het inzicht om het verschil tussen beide te zien”
Franciscus van Assisi.
‘Je zal het moeten accepteren,’ hoorde ik mezelf zeggen. Alweer. Dit was al de derde client waar ik dat tegen zei. Terwijl ik die zin haat! Waarom zou je moeten accepteren dat iemand je slecht behandeld, waarom zou je moeten accepteren dat de huishoudelijke hulp altijd te laat komt, waarom zou je moeten accepteren dat geld altijd voor hulp gaat? Het leven van mensen met een beperking, welke beperking dan ook, gaat al niet over rozen, en dan komt al dat gemartel er nog bij.
En toch rolt ‘dat moet je accepteren’ makkelijk over mijn tong. Waarom?
Het slot en de sleutel
Accepteren heeft meerdere betekenissen. Je kan een betaling of een cadeautje accepteren (aannemen). Je kan bepaald gedrag accepteren of juist niet (goedkeuren). En je kan accepteren dat iets is zoals het is en niet door jou veranderd kan worden (berusten).
Maar er is nog een betekenis. Niet: je erbij neerleggen of erin berusten maar: vaststellen. Vaststellen dat iets ‘is’ wat het is. Dat is wat van Assisi benoemt: accepteren wat je niet kan veranderen. Als je een deur wilt openen, en de deur geeft niet mee, dan zal je eerst moeten accepteren dat hij op slot zit. Dan pas kom je toe aan de volgende stap: een sleutel pakken en het slot losdraaien. Doe je dat niet, kan je minutenlang aan die deur schudden, zonder enig resultaat. Uiteindelijk geef je het op. Je gaat niet door de deur, terwijl je natuurlijk ook de sleutel had kunnen halen.
Het plan bedenken om die sleutel te halen, dat moet je zelf doen. Je kan dat niet aan een ander overlaten. Een ander wil misschien wel helemaal niet door die deur. Of heeft hem juist zelf op slot gedaan.
Dat laatste, daarover zou ik meteen moeten beginnen. Je moet erin berusten. Slecht gedrag van een ander, regen op je bruiloft, hoofdpijn op de verjaardag van je kind. Je kan er niks aan veranderen. Je moet accepteren dat het is zoals het is. Dat doe je dan ook niet voor de ander, maar voor jezelf. Als je maar blijft proberen om een ander of een set omstandigheden te veranderen, kost dat bergen energie en levert het niks op. De keren dat dit echt, echt, echt moet, en hier komt de wijsheid om het verschil te zien van pas, zijn al energieslurpend genoeg.
Het enige waar je zelf invloed wel op hebt is je eigen reactie: accepteer je dat de deur op slot zit en ga je de sleutel halen?
Het voelt natuurlijk totaal oneerlijk als jij jouw reactie moet aanpassen omdat een ander zich misdraagt. Maar ook dat doe je niet voor de ander, je doet het voor jezelf. Je haalt zelf de sleutel, omdat jij door die deur wilt.
In de praktijk
De vierde zaak die op mijn bureau belandde en ervoor zorgde dat ik opnieuw moest beginnen over ‘accepteren’ speelde zich af bij een organisatie die vastliep op het gedrag van een client. Het ging over het accepteren van de onmogelijkheid van een wens. Het was een eenvoudige wens: aan de woningbouw was gevraagd om een aanpassing die zich bevond in de schemerzone tussen praktisch en cosmetisch. Je raadt het al: ze zeiden: ‘nee, dit is cosmetisch’. Omdat de client de aanpassing zag als iets praktisch, gingen de geweien tegen elkaar. De stress die eruit voorkwam ontregelde de hele week, en de week daarna, en het ging maar niet over. Inmiddels was niet langer de aanpassing het doel, maar het winnen van het gevecht bij de woningbouw. Onmogelijk, vertelde de begeleiding mij, maar er was wel een klusjesman betrokken bij de organisatie die het zou kunnen oplossen. Dat mocht echter niet. Client bleef erbij dat de woningbouw het moest doen.
We bespraken dat de client moest accepteren dat de wens niet haalbaar was, zodat ze konden praten over andere manieren om het doel te bereiken: de klusjesman. Het stroomschema dat de woningbouw aanleverde hielp niet, client kwam zelf uit op: ‘dit is een woningbouwklus’. Ook de logica ‘ze moeten iedereen hetzelfde behandelen’ hielp niet: ‘Ja, ze zouden dit voor iedereen moeten doen,’ vond client meteen. Logica ontlokte ook de gefrustreerde kreet: ‘Er is nu al zoveel tijd aan besteed, ze hadden het intussen al drie keer kunnen doen!’
‘Als we van tevoren hadden geweten hoeveel gedoe dit gaf, was ik persoonlijk aan de slag gegaan,’ verzuchtte het eerste aanspreekpunt van de woningbouwstichting. ‘Maar als ik dat nu doe, is de beer los.’
Dat probleem zag de begeleiding ook. Als de woningbouw nu toegaf, waren er tal van andere regels en afspraken die aangevochten konden worden, ook binnen organisatie die de begeleiding verzorgde.
Het lukte al met al niet om de client zelf te laten inzien dat geaccepteerd moest worden dat de woningbouw dit niet ging doen. Er bleef nog maar een ding over, besloten we met tegenzin: bot begrenzen. Een verse begeleider werd opgetrommeld, en de klusjesman. Instructies werden gegeven. Client werd erbij geroepen. Samen gingen ze officieel in een spreekkamer zitten. De begeleider beschreef de klus. ‘De woningbouw gaat dit niet doen,’ zei hij op besliste toon. ‘Dit is Toon. Hij is kan dit voor jou in een uurtje oplossen. Kost je niks.’
‘Oke,’ zei client.
Heel eerlijk? Ik was ook verbaasd. Maar wat waren we blij met zijn allen.
Heeft dit verhaal je geholpen?
Een kopje koffie stel ik zeer op prijs!
https://tikkie.me/pay/fikob8f600e49k8bd5j8