autisme

Niet creatief? 

Foto door ShonEjai op Pexels.com

Iemand vertelde aan een client met autisme, dat client niet creatief kon zijn. Onmogelijk. Kon niet. Zijn droom om schrijver te worden kon hij maar het beste laten varen. Hooguit, dacht de therapeut, kon client leren om verschillende bestaande dingen combineerde tot iets nieuws. 

De client was danig van streek, zelfs jaren later nog. Die ene ‘onschuldige’ zin veranderde zijn leven en niet ten goede. Telkens als hij een hobby overwoog kwam dit terug: ‘Ik kan dit niet, want autisten zijn niet creatief.’ 

Erg jammer, want autisten kunnen net zo creatief zijn als wie dan ook. 

Autisme kijkt niet naar wie je bent. Het kijkt niet naar haarkleur, huidskleur, intelligentie of karakter. En dus ook niet naar creativiteit. Autisme is de sluier die over iemands eigen ik heen hangt. Het beïnvloedt niet wat iemand daaronder is en daarom kan je ook als je autisme hebt prima creatief zijn, net zoals het mogelijk is dat iemand die geen autisme heeft niet creatief is.  

Wat is creativiteit eigenlijk?

En wat is creativiteit anders dan bestaande dingen combineren tot iets nieuws? Neem twee woorden: vis en pop. Maak nu een verhaal. Neem twee muzieknoten. Geef ze ritme en compositie en je hebt een muziekstuk. Neem twee tinten verf. Etc. Creativiteit is het resultaat van combineren, hard werken en de magie van het onverwachte. 

Soms gebeurt er iets onverwachts, als je twee bestaande dingen combineert. Zoals een wetenschapper soms een medicijn bedenkt voor kwaal een en dan per ongeluk een geheel andere kwaal perfect oplost (Viagra, bijvoorbeeld). Of een schilder die lekker met verf zit te prutsen en ineens een prachtkleur ontdekt. Een beeldhouwer die een verkeerde tik maakt en ineens ziet dat zijn beeld veel interessanter wordt als hij op dat pad verder gaat. Dat is creatie. Zoiets ontstaat niet als je op je billen zit en het wil gaan bedenken.

Rigide denken

Hoe dit gesprek op dat onderwerp kwam en waarom het nodig was om tegen iemand die de ambitie had om mooie dingen te schrijven te zeggen dat hij niet creatief kon zijn weet ik niet. Maar het misverstand dat hier mogelijk achter zit zie ik wel. De therapeut in kwestie dacht waarschijnlijk aan rigiditeit, de neiging om star te denken, niet van het gekozen pad te willen dwalen. 

Rigiditeit bij autisme houdt vaak in dat er een oplossing wordt gekozen of een plan wordt gemaakt en het dan niet meer mogelijk is of lijkt om daarvan af te wijken. Oplossing A bestaat, B, C en D niet. Als ik tegen mijn partner zeg: ‘Zullen we vanmiddag naar de Ikea gaan’ en hij zegt: ‘Ja’, dan gaan we ook naar de Ikea. Of hij nu al overprikkeld is of niet, of er een klusje tussendoor kwam of niet, regen of zonneschijn, al stormt het honden en katten: we gaan. Want dat is het plan. 

Omdat ik de Ikea niet zo belangrijk vindt en de boze bui die meekomt met zware overprikkeling, waar de Ikea naast bouwpakketten en Zweedse gehaktballetjes in grossiert liever vermijd, formuleer ik mijn vraag tegenwoordig anders: ‘Zullen we morgenochtend om tien uur eens kijken of dat een goed moment is om naar de Ikea te gaan?’ Of, ‘Laten we afspreken dat we zondag naar de Ikea gaan, tenzij een van ons te moe is.’ Of stel ik voor om of naar Ikea, of naar de duinen te gaan. Handig, nu ligt er al een plan B.  

De bus valt uit

Toegeven: een ander plan bedenken is een vorm van creatief denken. Maar het niet kunnen bedenken van een plan is bij autisme niet het probleem. Het niet willen afwijken van het bestaande plan en de reden waarom dat zo is, is het probleem. Neem als voorbeeld een kapotte lijnbus. Theoretisch kunnen ook autisten best bedenken wat ze moeten doen als er een bus uitvalt: een andere busroute zoeken, op de volgende bus wachten of iemand met een auto bellen. Maar als je na een drukke school of werkdag bij een volle bushalte staat en de bus komt tot grote verontwaardiging van een ieder ineens niet, is de situatie heel anders. 

Een patroon of stappenplan: ‘ik ga dit, dan dat en dan dat doen’, wordt bedacht om het hoofd te bieden aan situaties waarin onder-, of overprikkeling en onder-, of overvraging op de loer ligt. Als er sprake is van zo’n staat kan je gewoonweg stukken minder goed nadenken. Stel je voor dat je op een wild feest staat met discoballen en laserlampen, drukke muziek in je oren en al wat drank op … en dan vraagt iemand je om een wiskundesom uit te rekenen. Dat gaat dan toch iets minder soepel dan wanneer je aan je bureau zit. Alleen als je een heel goed stappenplan voor de som hebt, een formule die je heel goed uit je hoofd kent, bestaat er een kans dat je met een enigszins kloppend antwoord op de proppen komt. 

Als de buitenwereld al voelt als een wild feest, dan wil je dus voor alles wat je doet een stappenplan hebben: ‘Dit ga ik doen!’ Zo’n formule is iets om je aan vast te houden, iets dat steun geeft. Kan je de formule ineens niet gebruiken omdat er een geven mist, in dit geval de bus, dan loopt de boel vast. 

Rigide denken aanpakken

Hoe star iemand in zijn denken is, is deels afhankelijk van de situatie en deels van iemands karakter. Ook onder NT’ers bevinden zich mensen die het moeilijk vinden om van plan of inzicht te wisselen. Zo stapel je twee rigide bouwblokken op elkaar en kan het een probleem in het dagelijks leven worden.

Als begeleiders proberen we mensen die erg rigide denken te helpen om daarmee om te gaan: ‘Wat kan je doen om toch naar plan B of C te gaan?’ We leren ze vooruit denken: als de bus niet komt, wat doe je dan? We leren ze hoe ze een nieuw stappenplan kunnen maken: ‘Zoek een rustige plek, kom tot rust en denk er dan nog eens over na.’ Of: ‘Als je er niet uitkomt en het is maandag, dan kan je naar die persoon appen met je hulpvraag, en op dinsdag naar die persoon (etc).’ Of: ‘We doen een briefje in je tas, zodat je de verschillende oplossingen kan zien.’ En telkens weer blijkt dat het aanpassen van een plan wel zelfstandig lukt, als het feest niet zo wild is. 

Het was prettiger geweest als de psycholoog dit had uitgelegd: ‘Je hebt moeite met het maken van een nieuw plan, als de dingen niet lopen zoals jij verwacht. Laten we eens kijken wat we daaraan kunnen doen.’


Waardeer je deze blog? Overweeg dan een donatie aan onze Stichting HOEK6. Dat kan via deze link.

Stichting HOEK6 zet zich in voor de mensen met de combinatie hoogbegaafdheid en beperkend autisme. We willen meer bekendheid geven aan de specifieke problemen die deze doelgroep tegenkomt. Omdat we ook concreet wat willen doen, starten we een dagbesteding waar deze doelgroep zowel technisch als creatief kant kunnen ontwikkelen. Op dit moment zamelen we geld in voor het ontwikkelen van ons eerste boek: ‘Pleinwacht’, van Emma Voerman.  

Plaats een reactie