
Terwijl ik mijn aantekeningen sorteerde: wat moet ik bewaren en wat kan weg nu ik (voorlopig) stop als coach, viel mij op dat ik vaak dezelfde adviezen geef.
Dat was me al eerder opgevallen, waarna ik het boek ‘Wegwijs rondom autisme’ schreef, waarin al staat wat het gedrag is wat je ziet, wat de achterliggende reden is en wat je kan doen om iemand te helpen.
Veel vragen die ik daarna binnen kreeg bleken uiteindelijk terug te voeren op: overprikkeling door een andere manier van informatieverwerking.
Informatie wordt door autistische hersenen anders verwerkt dan bij neurotypische mensen, grondiger, wellicht, en goed bekeken voor het verworpen of opgeslagen wordt. Bij neurotypische mensen gaat een reclame het ene oor in en het andere uit, een autistisch brein wil eerst verwerken wat er precies gezegd en gedaan wordt en vaststellen dat het inderdaad een reclame is, en wel of niet belangrijk.
Het is enorm vermoeiend is als je brein alles wat het op een dag tegenkomt goed bekijkt, in plaats van snel bepaald of iets weg kan of niet. Die kriebel op je arm? Dat onbestemde gevoel? Dat lange gesprek? Dat warrige studieboek met allerlei hokjes en kaders en tekst in verschillende lettertypes en kleuren? Voor een neurotypisch brein valt het haast niet op, maar een autistisch brein ziet alle details en probeert die te verwerken.
Waarom zijn prikkels een probleem bij autisme?
Dit komt vooral door de verwerkingssnelheid: de tijd die het brein nodig heeft om informatie te verwerken.
De afstelling van de sorteermachine, het punt waarop je hersenen bepalen of informatie belangrijk is of niet, speelt ook mee.
Een derde factor is de a-typische ontwikkeling van de hersenen: sommige stukken in de ontwikkeling lopen voor, anderen lopen achter. Bij autisme is het vaak de sociale ontwikkeling die trager ontwikkeld, waardoor mensen langer de onbevangenheid van een kind hebben en het gekonkel en ‘ik zeg dit maar doe dat’ van volwassenen bijzonder onbegrijpelijk vinden. Regelmatig ontstaan hierdoor mis-matches in de omgang met anderen en ervaren autisten te vaak een niet-pluis gevoel: doen ze het nu goed of niet? Pieker-overprikkeling in 3, 2, 1 …
Een vaak vergeten factor: de gatenkaas. Waar neurotypische mensen veel informatie ‘zomaar’ lijken op te pakken, missen autisten vaak stukken die de neurotypischen vanzelfsprekend vinden.
Zo kwam een van mijn cliënten er pas op volwassen leeftijd achter dat er zoiets bestaat als een dienstregeling voor het OV. En als je niet weet dat iets er is, ga je er ook niet naar op zoek. Hij voelde zich dom en buitengesloten toen hij deze ontdekking deed en reageerde in de weken daarna een stuk geremder en was meer overprikkeld: hij analyseerde alles, want wat had hij nog meer gemist? Toen we uitlegden dat ‘gatenkaas’ heel normaal is bij mensen met autisme en afspraken dat de begeleiders extra op die ‘gatenkaas’ zouden letten kwam de rust langzaam terug.
‘Geen einde’ speelt een grote rol. Voor neurotypische mensen is het einde van een klus heel makkelijk te bepalen: als het doel bereikt is, als je te moe bent om verder te kunnen, als je geen zin meer hebt of als je het deel voor die dag gedaan hebt. Autistische hersenen vinden het vooral lastig om te bepalen of een doel behaald is.
Een client, hoogbegaafd, in staat tot complex denken, kreeg het maar niet voor elkaar om zijn kamer te stofzuigen. Iets dat wel verplicht was want, zo hadden de begeleiders geleerd op een workshop: wie voor zijn leefomgeving zorgt, krijgt een goed gevoel over zichzelf. Maar het kabaal, de tegenstribbelende slang en het lastige snoer, de spullen die hij moest verplaatsen en opruimen, de ‘is het klaar’ vraag die nooit beantwoord kon worden – en dat alles terwijl hij gewoon even wilde nadenken over iets heel anders, dat was veel te veel. Tegenwoordig mag deze meneer weer gewoon ouderwets een rondje over het terrein wandelen, terwijl iemand anders in een minuut of tien even een stofzuiger door de ruimte trekt en eventueel een lapje over de kast haalt. Weg overprikkeling.
En tenslotte: overvraging. Dit merk je vooral als je mensen met autisme autonomie wilt geven daar waar ze er niet om vragen.
Een van de vragen die ik kreeg ging over een autistische jongen die in een woongroep woonde en met wie het ineens ’s morgens om 8 uur al misging. Wat was er nu aan de hand? Sinds kort mocht hij elke ochtend kiezen welke douchegel hij die dag wilde gebruiken. Lekker autonoom? Nee, overweldigend! Wat als je fout kiest? Hierdoor startte de dag al met een heel moeilijke vraag en dat kwam eigenlijk de rest van de dag niet meer goed. Toen de begeleiders zeiden: ‘Dit is jouw douchegel, als de fles leeg is mag je een nieuwe kiezen, ging het allemaal een stuk beter.’
Hoe kan je helpen?
5 adviezen die ik regelmatig geef om mensen te helpen met het verwerken van de idiote hoeveelheid prikkels die op ons afkomen.
1 Reclames
Reclames zijn gemaakt om op brute wijze onze aandacht te grijpen. In de loop der jaren zijn ze steeds luider en drukker geworden en ze zijn overal. Gebruik ad-blockers waar je kan. uBlock origin heeft de optie om ook kleine afleidingen zoals knipperende lampjes uit te zetten. Vraag eventueel hulp bij het installeren.
Kijk je graag TV? Neem het programma op zodat je de reclames kan doorspoelen. Kan dat niet? Zet geluid uit tijdens de reclames.
Koop een lichtroze bril of zet je zonnebril op als je in een gebied bent met veel neon lichten en reclames.
2 Online
200 meldingen per dag op je telefoon is geen uitzondering meer. Het loont om dat getal naar beneden te krijgen. Ga door je apps en zet meldingen uit. Zet app-groepen op ‘stil’ of verlaat ze. Zet het geluid van je telefoon uit. Zeg reclamemail en andere ‘hoi we zijn er nog’ nieuwsbrieven af tenzij je iets echt wilt ontvangen.
Sla content die vooral draait om ophef en boosheid over zonder je schuldig te voelen.
Kijk je reels, shorts of tiktoks? Probeer die te vervangen door langere filmpjes.
Vraag jezelf bewust af: ‘waarom wil ik dit kijken?’ Als je jezelf dat telkens bewust afvraagt, ga je het jezelf uiteindelijk onbewust ook afvragen. Dit helpt bij het remmen van het consumeren van eindeloze hoeveelheden content.
Leg je telefoon ’s avonds in een la en ga iets anders doen: een boek, een puzzel, een wandeling, een film.
3 Zorg voor je lichaam
Zorg voor een ritme waardoor je lichaam weet dat er heus wel eten komt, water in aantocht is, er slaap zijn en echt wel beweging komt. Dit scheelt prikkels die je niet bewust opmerkt.
Voor veel autisten is slapen lastig, vaak doordat nog niet verwerkte informatie alsnog verwerkt moet worden, dus mijn advies is: begin met regelmaat in de maaltijden. Drink voldoende bij je maaltijden of drink een glas water zodra je naar de WC geweest bent.
Plan elke dag een bewegingsmoment in. Beweging hoeft niet meteen sportschool, fitness, apparaten of een officiële sport te zijn. Als ik terugkijk zie ik dat de meeste mensen kiezen voor wandelen, liefst in een park tussen de bomen.
4 Zorg voor je relaxplek
Je kamer … is van jou.
Moet het per se allemaal schoon en opgeruimd en prikkelarm zijn? Alleen als jij dat wilt! Het neurotypische idee van prikkelarm is: alles is opgeruimd en uit het zicht weggestopt. Maar misschien word jij er juist heel onrustig van als je je spullen niet kan zien. En je zal niet de eerste zijn die een op het oog enorm rommelige werkkamer heeft, maar daar feilloos alles in weet te vinden.
Maar rommelig en rotzooi zijn niet hetzelfde. Probeer afval, lege verpakkingen en kapotte spullen zo veel je over je hart kan verkrijgen weg te doen. Dingen die er zijn maar waar je niet 123 wat aan hebt zorgen voor voortdurende triggers in je hersenen: Ik moet het opruimen, maar hoe, ik wil het niet, ik wil het wel, wat moet ik ermee, misschien kan ik er nog wat mee, maar wat dan?’
Niet wat je wilt in de kamer waar je tot rust moet komen.
Doe de rotzooi weg of stop het in een doos waar je de datum en globaal de inhoud opschrijft. Heb je die doos een jaar niet opengemaakt? Doe hem dan alsnog weg.
5 Slaap voldoende
Te weinig slaap = extra last van prikkels. Er heerst een raar taboe rond slaapproblemen. Iedereen kent de lijstjes over een gezonde slaaphygiëne, als je die volgt, dan komt het goed en zo niet, dan doe je het niet goed.
Er zijn vast autisten met slaapproblemen die deze lijstjes nog niet kennen maar ik ben ze nog niet tegengekomen. Wel veel gefrustreerde autisten die denken dat er iets aan hen mankeert en niet langer over hun slaapproblemen klagen of praten. Probleem: de lijstjes lossen voor deze groep niet het probleem op. Als je gedachten maar doorgaan en niet stoppen kan je alles goed doen en nog steeds niet slapen.
Mijn lijstje:
Probeer eens een white-noise machine zodat je hersenen die onverwerkte informatie met rust laten en pas in je dromen gaan verwerken.
Experimenteer met een zwaardere deken, of oordopjes, of een gezichtsmasker. Of heb je juist afleiding nodig, iets waarop je kan focussen? Een filmpje, geluiden, iets in je handen?
Laat de lijstjes en onderzoek maar en kijk wat voor jou werkt. Helpt het als er een lampje blijft branden? Heb je dutjes nodig? Moet je eerst een uur op de bank slapen voor je naar bed gaat? Knuffel mee naar bed? Juist geen dutjes nodig? Val je pas in slaap als je eerst nog wat TV kijkt? Doe, doe, doe! En deel je tips. Wie weet breng je iemand anders op een briljant idee.